zaterdag 14 januari 2012

Politiek leiderschap #fail

De CDA komt er niet uit. Verhagen heeft zijn imago tegen, De Jager wil niet, Jack de Vries is over de scheef gegaan en Henk Bleker, tja, daarover kunnen we al een hele tijd weinig positiefs melden. En de CDA is niet de enige partij die worstelt met leiderschap. Cohen is te traag en te beleefd, Wilders worstelt niet zozeer met zijn eigen leiderschap, maar met die van zijn partijgenoten en bij Sap lijkt de stekker eruit te zijn getrokken...

Tegelijkertijd wordt de roep om leiderschap alleen maar groter. Niet alleen binnen de partijen, maar vooral daarbuiten. En het is niet alleen de politiek die er last van heeft. In organisaties is de worsteling ook voelbaar. Oud leiderschap erodeert snel en Nieuw Leiderschap lijkt hard nodig, maar blijkt tegelijkertijd moeizaam van de grond te komen. 

Waarom is dit zo ingewikkeld en wat hebben we eigenlijk nu nodig? Op basis van inzichten en onderzoeken over effectief en nieuw leiderschap beschouw ik in dit stuk de (on)mogelijkheden van goed leiderschap in de politieke arena.

In de wereld van nu is ander leiderschap nodig. Leiderschap dat ervoor zorgt dat anderen zoveel mogelijk leiderschap zelf oppakken. Zodat we snel kunnen inspelen op de vragen die leven in de maatschappij, de producten die we willen als consumenten, de wensen van de kiezer. Leiderschap dat zorgt voor verbinding en voor inspiratie. Vaak worden de volgende 3 R’en daarbij genoemd: Richting geven, Ruimte bieden en Resultaten boeken.

Richting en Resultaten
Mensen, lees kiezers, willen ergens bij horen en hebben daarvoor een duidelijke richting nodig. Een koers die inspireert en enthousiasmeert. Een aansprekende en duidelijke richting. Daar lijkt het in de politiek al mis te gaan. Partijen hebben veel te ingewikkelde, versnipperde visies of aan de andere kant slogans die zo algemeen zijn dat je ze net zo goed op een pak hagelslag kunt plakken. Het lukt de politieke partijen maar niet een duidelijke, bepaalde richting te kiezen en zich daaraan te houden. Dat is ook lastig, want zo gauw de verkiezingsposters zijn weggehaald wordt de politiek geconfronteerd met de rauwe werkelijkheid. En die is natuurlijk veel weerbarstiger dan de verkiezingsprogramma’s. En dan begint het gemanoeuvreer en gedraai. Wij, kiezers, kijken dat met lede ogen aan en zien keer op keer dat de beloften, lees, resultaten, niet worden waargemaakt. En de politiek lijkt te denken dat we dat niet doorhebben…

Ruimte
Van ruimte bieden aan de ander lijkt ook weinig sprake te zijn. De politieke arena zorgt ervoor dat er veel vanuit wantrouwen wordt gewerkt. De andere partij dwarsbomen, aanklagen is de toon in het debat. En dat gebeurt ook binnen partijen. Om hogerop te komen in de politiek moet je goed je ellebogen kunnen gebruiken en een bovengemiddeld ego tentoonspreiden. Vaak ten koste van de ander. Delen, anderen verder helpen, faciliteren en het applaus aan de ander durven laten hoort hier niet thuis. En daarmee ontstaat een sfeer van wantrouwen en competitie. Een sfeer van ‘ik tegen jij’ in plaats van ‘wij’. En die versnippering en vijandigheid voelen we als kiezer.

Waar we naar zoeken is vertrouwen. Maar voor vertrouwen hebben we wel als kiezer drie dingen nodig: betrokkenheid, beslissingsvrijheid en transparantie. We willen dus betrokken worden bij een partij, ruimte krijgen om onze stem te laten horen en we geven ons vertrouwen aan de mensen die transparant zijn. Ook dat zijn lastige ingrediënten voor de huidige politieke stelsel. Als kiezer voel ik me en word ik minimaal betrokken en heb vooral het idee dat ik alleen in verkiezingstijd interessant ben voor de politiek. En dan vooral mijn stem en niet zozeer mijn mening. Soms wordt positief gerept over politici die bijvoorbeeld twitteren, maar het zou veel interessanter zijn als ze dit medium gebruiken om juist te kijken wat hun volgers beweegt. Dat zie ik weinig. Ze hebben vaak veel volgers, maar volgen zelf heel weinig mensen. Dat vind ik een gemiste kans. Als kiezer vind ik het ook gewoon vaak beledigend als politici zeggen dat ze zaken (nog) niet in het openbaar kunnen bespreken. Alsof ik niet om kan gaan met de waarheid!

En alleen al het feit dat de politiek betekent dat je als politicus een partij vertegenwoordigt, zorgt voor weinig transparantie. Want als je iets zegt als politicus dan moet je goed checken of dit wel klopt met de lijn van de partij en dan moet je natuurlijk ook weer bedenken of andere partijen je niet teveel kunnen aanvallen op je woorden. Daar word je minstens heel voorzichtig van en op zijn best indirect. De politici die vrij authentiek hun mening geven en blijven staan, verdienen een standbeeld. En gelukkig zijn die er. En daarom vertrouwen we de Pechtolds en Marijnissens ook, ook al zijn ze niet van onze partij. Vertrouwen gaat om congruentie (dus niet: Mauro wegsturen en hem wel uitnodigen voor een voetbalwedstrijd), moedig zijn en transparant acteren. We vertrouwen mensen die zichzelf zijn, hun fouten toegeven, toegankelijk zijn en hun ego in bedwang hebben. Of zoals Marc-Marie Huijbrechts ooit bij DWDD zei: ‘uiteindelijk stemmen we graag op mensen die we gewoon aardig vinden’.

Politici werken in mijn optiek daar weinig aan. Vaak schieten ze in hun imago, hun rol. Hillen in zijn arrogantie, Bleker in zijn stugheid, Rutte in zijn joviaalheid, enz. En dat doet afbreuk aan hun toegankelijkheid als mens. Het luisterend vermogen van de politiek is onderontwikkeld en dat zou zomaar de ondergang ervan kunnen worden. De politiek moet de omslag maken naar buiten toe. Kiezers betrekken, luisteren en dan een aansprekende koers uitzetten. Omdat we graag volgen als we goed geleid worden. Maar dan willen we wel serieus worden genomen. We zijn niet gek.     


vrijdag 4 november 2011

Voorwoord Nieuwe Leiders gevonden


Voorwoord

Op een mooi moment zat ik in Frankrijk aan de ontbijttafel met mijn jongens Zep (6) en Bodi (5) na te denken over het voorwoord voor dit boek. Ik bedacht dat juist zij, met hun pure kijk op de wereld, misschien wel het beste iets over leiderschap konden zeggen.

Het volgende korte en bijzondere gesprek volgde:

"Wat is een leider, weten jullie dat?"
Zep: "Je hebt leiders in het museum. En van soldaten. En van bouwvakkers."
Bodi: "Dat is iemand die de weg voor mensen wijst."
"En wat vinden die mensen daarvan?"
Bodi (na een lange stilte): ”Dankbaar.”
"Weten jullie nog meer over leiders?"
Bodi: "Een leider maakt dingen."
Zep: "Nee, Bodi, dat doen bouwvakkers."
"En wat zijn volgers?"
Zep: "Die volgen de leider natuurlijk!"
"Waarom?"
Bodi: "Omdat ze dan de weg weten".

Dit boek is voor hen en alle andere Nieuwe Leiders die deze wereld mooier willen maken. Door anderen te inspireren, vertrouwen te geven en... de weg te wijzen.

Ik wens je veel lees- en kijkplezier toe.

Tica, oktober 2011

zaterdag 29 oktober 2011

Inleiding Nieuwe Leiders gevonden


Inleiding

‘Er komt nooit meer een tijd dat we alles kunnen overzien.’
Menno Lanting

De wereld (van organiseren) is razendsnel aan het veranderen. De traditionele hiërarchische organisaties zijn te traag om in te kunnen spelen op de snelle wereld waarin we leven. We stellen andere en steeds veranderende eisen aan onze omgeving en aan ons werk. We willen ons verbinden, we willen geïnspireerd worden en we willen ons bed uitkomen voor iets wat naar ons idee bijdraagt aan deze wonderlijke wereld. Werk is meer dan alleen werk geworden. We willen organisaties waar we ons thuis voelen, waar we onszelf kunnen zijn en waar we onze bijdrage kunnen leveren. Een plek die ons uitdaagt en waar we ons potentieel kunnen laten zien.

Zo’n plek vraagt om ander leiderschap. Leiderschap dat ons faciliteert om onszelf te laten zien, ons groot maakt, ons in staat stelt. Oud leiderschap gebaseerd op planning & control, status en macht doet dat niet. Sterker nog, het maakt weinig gebruik van ons potentieel en ondermijnt ons commitment. Het is tijd voor ander leiderschap. We noemen het dienend leiderschap, coachend leiderschap, authentiek leiderschap of Nieuw Leiderschap en we praten en lezen er veel over. Het probleem is in mijn ogen dat we het nog te weinig doen.

Ik vind het een mooi moment om dit te veranderen. Dit boek heb ik geschreven om simpelweg uit de doeken te doen waar het in mijn opinie bij Nieuw Leiderschap om gaat. De essentie en het bijbehorende gedrag. Mijn opzet is een boek te schrijven dat inspireert tot een omslag omdat ik het Nieuwe Leiderschap heel dichtbij wil brengen. Door enerzijds daar helder en praktisch over te schrijven en anderzijds voorbeelden van Nieuwe Leiders te tonen en aan het woord te laten.

Nieuw leiderschap is in mijn ogen essentieel om bijzondere, mooie organisaties met elkaar te bouwen. Ik hoop leiders te inspireren om die omslag te maken omdat leidinggeven een prachtige baan is als je daarmee mensen boven zichzelf uit kan doen stijgen. Daarover gaat het Nieuwe Leiderschap. En dat is een erebaan.

Om deze hoofdstukken te toetsen, heb ik ze zowel via mijn blog, een LinkedIn groep en Twitter al de wereld in gestuurd, lang voordat het boek klaar was. De reacties hebben me geholpen om het bij te schaven en bij te sturen en een gevoel te krijgen voor welke thema’s leven.  

Naast mijn eigen gedachten over Nieuw Leiderschap, wil ik duidelijk maken hoe zogenaamde ‘Nieuwe Leiders’ functioneren. Wat doen ze de hele dag, wat valt op aan hun gedrag, wat voor mensen zijn het? Vandaar dat ik via Twitter verschillende oproepen heb gedaan of mensen in Nederland voorbeelden wisten van Nieuwe Leiders. Ik kreeg veel reacties. Vervolgens heb ik een achttal mensen geselecteerd en heb ik deze een dag mogen volgen. Gewoon zitten, observeren en noteren wat ze doen dus. Dit deel heb ik aangevuld met hun eigen ideeën over de verschillende facetten van hun leiderschap.

Ik heb een mooie verzameling samengesteld van Nieuwe Leiders: vrouwen, mannen, verschillende leeftijdscategorieën, verschillende bedrijven, profit, non-profit, verschillende posities. Deze verzameling is niet representatief en zeker niet uitputtend. Wat ik wil is een beeld geven van Nieuwe Leiders in actie, zodat het Nieuwe Leiderschap meer gaat leven. Tenslotte heb ik al die Nieuwe Leiders naast elkaar gezet, afgezet tegen mijn eigen ideeën en wat mij daarin als rode draad is opgevallen. 

zaterdag 30 juli 2011

Van veel naar weinig managers, van weinig naar veel leiderschap


Een paar maanden geleden werd ik voor de Ode geïnterviewd voor een artikel met als titel: ‘er zijn geen managers nodig’. De strekking van de artikel was dat er geen managers meer nodig zijn als mensen zelf hun verantwoordelijkheden mogen oppakken. Jos de Blok kwam uitvoerig aan het woord als oprichter van de organisatie Buurtzorg Nederland. Dit is een stichting bestaande uit zelfstandige teams, waar ondertussen al ruim 3.000 mensen werken en ze overall een 8,7 op klantvriendelijkheid scoren. Dit betekent volgens mij in essentie dat ze 3.000 leiders in dienst hebben.

Er zijn steeds meer vragen of we wel (zoveel) managers nodig hebben. Harry Starren van De Baak schijnt ooit gezegd te hebben: ‘mensen zijn vrij zelfstandig, totdat ze een manager tegenkomen’. Misschien wordt het dan wel hoog tijd dat we ze niet meer tegenkomen… En er zijn ook feiten; tussen 2000 en 2005 nam alleen al in Nederland het aantal managers met 25% af (onderzoek ROA). Menno Lanting ziet verschillende soorten leiderschap voor zich in groepen die allemaal een aantal noodzakelijke aspecten voor hun rekening nemen. En dit kan ook weer wisselen tussen personen. Leiderschap vervangt dan management.

Ik vind het een logische ontwikkeling. Als steeds meer hiërarchieën veranderen in platte organisaties met zelfsturende teams en leiderschap op elk niveau steeds meer wordt gestimuleerd, dan heb je niet zoveel meer te managen. En die kant gaan we zeker op, dat merk ik aan alles. We vinden het (gelukkig) steeds minder normaal dat er aparte liften voor directeuren zijn in hoge gebouwen en afdelingen waar alleen zij komen. En zelfs mijn kinderen van 4 en 6 leren al op school dat ze ‘baas zijn over hun eigen leven’. Die gaan die waarheid over 20 jaar echt niet meer inleveren…

En hier eindigt mijn betoog. Mijn betoog over Nieuw Leiderschap is in essentie een betoog over de opkomst van leiderschap op alle niveaus in organisaties en in de wereld. We zitten nu nog in –wat Debbie Moolhuijzen- zo mooi beschreven heeft als De Tussentijd. Oude patronen en systemen zijn nog volop aanwezig, maar nieuwe ideeën, bewegingen en opvattingen breken steeds meer door. De mensen die voorop lopen denken dat er geen houden aan is en de mensen die achteraan lopen denken dat het zo’n vaart niet zal lopen. Vaak wordt de snelheid van ontwikkelingen echter bepaald door de langzaamste en dan kan de Tussentijd nog wel een tijdje duren.

Maar ja, ik loop redelijk voorop en denk dus dat het snel kan gaan. Met dit boek hoop ik een bescheiden bijdrage te leveren aan het versnellen van die ontwikkeling.

Waarom?

Omdat het een van die ontwikkelingen is waar heel veel mensen baat bij hebben. Het is in mijn ogen een ‘world changing event’. Als leiderschap groeit, dan vermindert lijderschap in de wereld, is mijn geloof. Als mensen gestimuleerd worden om (meer) verantwoordelijkheid te nemen voor hun leven en ook dat van anderen en de wereld om hen heen, dan boren we een enorm positief potentieel aan dat zijn weerga niet kent.

En dat is een droom die ik graag najaag…

zaterdag 16 juli 2011

Van ongenaakbaar naar kwetsbaar

Kwetsbaarheid loont. In allerlei onderzoeken wordt duidelijk dat je kwetsbaar opstellen niet alleen als een kracht wordt gezien, maar ook dat het leidt tot meetbare betere resultaten. 60% van de managers geven in een onderzoek uit 2007 (..) aan dat emoties tonen op de werkvloer erbij hoort. En wie heeft niet de prachtige TEDtalk van Brene Brown gezien: the power of vulnerability en is dus verkocht? Geen vuiltje aan de lucht dus, zou je denken. 

En in dat denken zit volgens mij de angel. Leiders hebben geleerd vooral cognitief bezig te zijn, te rationaliseren. Alles van een afstand te bekijken en daar dan allerlei wijze dingen over te roepen. Leiders hebben vaak afgeleerd om al te spontaan te reageren en zeker niet al te kwetsbaar. Dat was nog niet zo lang geleden immers nog vooral een teken van zwakte. En dat is in veel organisaties nog steeds zo. Ik maak het echt mee dat managers die hun emotie laten zien, achteraf verklaren dat ze een slechte dag hadden…

Nu is het ook de vraag of het handig is om de hele dag je primaire emoties te tonen. We zagen bij het hoofdstuk over imago’s al dat dit bij authenticiteit in ieder geval niet handig is. Wel lijkt het al een grote stap in de goede richting te zijn als je als leider durft aan te geven waar je mee zit, dat je het niet weet, dat het je raakt, dat je hulp nodig hebt.


Ik denk dat dit misschien nog wel de grootste uitdaging is voor de leiders die al een heel eind op weg zijn. Bij de nieuwe leiders die ik volgde voor dit boek, heb ik dit het minste gezien; kwetsbaarheid. Ze waren zeker heel open en transparant, maar kwetsbaarheid is net nog een andere stap, in mijn optiek. Degene die het wel liet zien, zorgde ook voor veel effect, dat vond ik dan wel weer mooi om te zien.

En laat ik helder zijn: ik vind kwetsbaarheid ook echt moeilijk. Ik ben redelijk open en transparant, dat geloof ik ondertussen wel. Maar echt mijn emoties tonen? Ik vind het maar wat moeilijk. Ik heb toch vaak overtuigingen dat ik sterk moet zijn, stoer. De keren dat ik dat niet kon opbrengen, waren achteraf gezien cadeaus. Mijn collega’s gingen voor me staan, namen zaken van me over en reden me naar huis. Ik voelde me enorm gesteund en kan nog tranen in mijn ogen krijgen als ik aan die momenten terugdenk.

En toch winnen die prachtige herinneringen het vaak niet van onze oeroude overlevingsdriften om ons niet kwetsbaar op te stellen. In de oertijd was het niet slim om je kwetsbaar op te stellen; dan kon je meteen opgegeten worden… en laat ons meest krachtige brein nou net het brein te zijn dat is ontstaan in die tijd. En dus: als we opgroeien leren we het af om kwetsbaar te zijn, want het woord zegt het al: je kunt dan gekwetst worden en dat doet pijn. Gekwetste kinderen worden vaak getraumatiseerde volwassenen. Het bijzondere is dat we ons ook in ons volwassen leven blijven hangen aan die ervaringen, terwijl er juist dan weinig negatieve ervaringen volgen op kwetsbaarheid. Sterker nog; jezelf laten zien leidt tot heel veel positieve effecten, dat heb ik eerder al aangegeven.

En dus blijft kwetsbaarheid tonen een strijd. Een strijd tussen oeroude overlevingsmechanismen en remmende overtuigingen aan de ene kant om het niet te doen en lef aan de andere kant om het wel te doen. Met alles wat we hebben.  

Heb jij het lef?

zondag 10 juli 2011

Van winstgedreven naar waardengedreven


Lang was alles gericht op het maken van zoveel mogelijk winst. Maar winst inspireert niet echt meer. Misschien inspireert het nog wel de aandeelhouders, maar niet de mensen die er werken. En er zijn al bedrijven waar de werknemers ook de aandeelhouders zijn. Ook hier verandert de wereld dus sterk. Natuurlijk blijft winst belangrijk. Het geeft aan dat de organisatie gezond is. Maar veel meer dan een hygiënefactor lijkt het niet meer te zijn. In organisaties willen we ook hoger de Maslov piramide in. We zijn voorbij aan het pure overleven en willen richting zingeving. De ‘why’ wordt steeds belangrijk. Waarom zijn we hier? Wat dragen we bij aan deze wereld? worden vragen die in organisaties steeds meer worden gesteld. En bedrijven dragen die extra waarde ook uit. Mooi voorbeeld is de Stiho bouwgroep (zie Nanne Batelaan) die jaarlijks bouwreizen organiseert waarbij ze in ontwikkelingslanden huizen samen met de bewoners en haar klanten bouwt.

De bijdrage van organisaties wordt vaak vertaald in missies en bijbehorende waarden. Elke organisatie heeft tegenwoordig wel mooie kernwaarden. En in een wereld waarin winst niet meer het sturingsmechanisme is, worden waarden dat. Het gedoe met waarden is dat ze vaak zo abstract zijn dat ze nietszeggend kunnen worden. Belangrijk om onderscheid te maken in hygienewaarden en onderscheidende waarden. Als je kijkt naar waarden van organisaties dan zie je vaak dat een aantal van hun waarden niet onderscheidend zijn voor hun organisatie, maar meer gelden als logische waarden gezien hun dienst of product of voor hun branche. Je zou dit de hygienewaarden kunnen noemen. In onze opleidingsbranche bijvoorbeeld zijn dat ontwikkeling en professionaliteit. Onderscheidende waarden zeggen iets over de uniekheid van de organisatie. Dat zouden bij ons bijvoorbeeld kunnen zijn humor/plezier en confronterend. Dat zijn ze niet, omdat wij het onderscheid nooit duidelijk hebben gemaakt. Ik vind het wel een eyeopener om in de toekomst de tweedeling hygiëne versus onderscheidend in onze eigen waarden te gaan onderzoeken. We zijn er nog niet, zal ik dus maar zeggen J

De overgang van winstgedreven naar waardengedreven geeft een extra impuls aan voorbeeldgedrag van leidinggevenden. Want als ‘harde’ cijfers minder leidend worden en waarden steeds belangrijker, wordt voorbeeldgedrag nog belangrijker. Want inspirerend wordt het pas als de waarden worden ‘geleefd’ binnen het bedrijf en dat betekent dat het zichtbaar is in gedrag en houding van in ieder geval in eerste instantie de leiders.

Waardengedreven betekent ook dat er veel meer aandacht voor waarden komt in de organisatie. Bij het selecteren, aannemen en inwerken van mensen, bij het functioneren en beoordelen van mensen en bij het doorvertalen in systemen en structuren. Want als je waarde vertrouwen is, (en dat is erg ‘in’!), dan past tijd schrijven niet en ook niet het hebben van toegangspasjes en het voeren van vergaderingen achter gesloten deuren. En hoe logisch dit ook klinkt, dit gaat vaak nog niet goed. We horen tegenwoordig bijvoorbeeld vaak termen als de dienende overheid, maar hoe ingewikkeld is het vaak voor overheidsorganisaties om echt ten dienste van de burger te opereren in plaats van toch maar de weg van de ‘veilige’ regels en procedures te volgen. En ook is hier het voorbeeldgedrag vaak afwezig. Overheidsmanagers die zelf sterk via de hierarchie blijven sturen, de regels volgen en niet goed luisteren naar hun mensen, zorgen ervoor dat de term ‘dienende overheid’ een lachertje wordt. Puur omdat de medewerkers zien dat het binnen hun eigen organisatie niet ‘geleefd’ wordt.

De grootste uitdaging is wellicht nog geeneens de waarden uit te dragen, maar dit authentiek te doen en niet als kunstje. Ik las recent een onderzoek waarbij medewerkers aangaven dat hun managers veel betere luistervaardigheden lieten zien, maar zij nog steeds merkten dat hun managers de input die de medewerkers hadden gegeven meestal niet meenamen in hun beslissingen. En dan worden waarden holle frasen en lekt de inspiratie weg… Medewerkers zijn slim, blijkt maar weer, en hebben heel goed door wanneer iets ‘echt’ of ‘onecht’ is.

Bij waardengedrevenheid wordt de dialoog nog belangrijker in organisaties. De dialoog over hoe de gekozen waarden binnen de organisatie worden geinterpreteerd. Wat kan wel en wat echt niet? Door een goede en brede dialoog te voeren wordt duidelijker wat de waarden betekenen en gaan ze ook leven bij iedereen. Waarden die zijn verzonnen op de hei en daar blijven, zijn waardeloos. En dat is geen holle frase…

vrijdag 1 juli 2011

Nieuwe Leiders gevonden!

Het is klaar; althans het meelopen met de Nieuwe Leiders. En het waren prachtige belevenissen en dagen. Het was sowieso mooi dat ik mee mocht kijken met alle acht. In mijn naïviteit had ik nooit bedacht dat het ook een grote vraag van mij aan hen was om met mensen mee te mogen lopen en te observeren. Ik heb door de Ikea gerend, een ziekenhuis, een school, een kantoorboot en verschillende kantoorpanden.

En het was fascinerend. Fascinerend om te zien hoe goed mensen bezig zijn hun mensen in hun kracht te zetten en dit tegelijk zo normaal te vinden. Fascinerend om te ervaren dat wat zij vaak onbewust doen zoveel anders is dan vaak nog gebeurt in organisaties. Fascinerend hoe ze stil kunnen zijn, de weerleiding kunnen weerstaan om antwoord te geven op vragen, op vragende blikken. Fascinerend om te zien hoeveel rust en ruimte ze hebben voor hun mensen terwijl ze vaak overvolle agenda's hebben. En vooral fascinerend dat ze zo goed beseffen dat het niet om hen draait.

Ze waren vaak vertwijfeld of ze wel goede voorbeelden zijn, allemaal vereerd dat ik ze wilde volgen. En ook ik ben door hen verzorgd, gezien, bevraagd. Geen sprake van dat een secretaresse, als ze die al hebben, koffie voor mij ging halen, dat doen ze zelf. Evenals het inruimen van de vaatwasser en het bakken van een eitje voor collega's op vrijdag.

Tegelijk zijn ze zich zeer wel bewust van het belang van hun voorbeeldgedrag. De storemanager van Ikea loopt in een ikea outfit rond, compleet met veiligheidsschoenen, de schooldirecteur loopt elke dag uren rondes door de gangen om aandacht te kunnen geven aan zijn mensen. Niks gesloten deuren. En als er nog teveel naar hen wordt gekeken, dan durven sommige leiders dat onderwerp van hun bijeenkomsten te maken. Ze sturen op persoonlijk leiderschap en laten ongelooflijk veel energie en positiviteit zien. De uitspraak 'waar ik loop, schijnt de zon' is op een aantal zeker van toepassing. Ze zijn nieuwsgierig en leggen zich niet neer bij onhandige systemen en regels. De uitspraak 'dat kan toch niet waar zijn', heb ik op verschillende dagen gehoord. Ze zijn positief, maar vaak ook resoluut; mensen die niet passen in de cultuur, worden aangesproken en er wordt zelfs afscheid van genomen. Ze durven 'anders' te zijn, zonder zich af te zetten.

En ze worstelen ook; met een hiërarchische omgeving, ongelukkige erfenissen, hun eigen patronen en die van anderen. Daar zijn ze over het algemeen heel eerlijk en transparant over.

En nog veel meer...

De komende twee maanden ga ik alle observaties uitwerken, tezamen met hun eigen opmerkingen en visie over leiderschap, hun eigen leiderschap, hun obstakels, hun bio en dat van hun bedrijf. Aangevuld met mijn eigen ideeën over Nieuw Leiderschap moet het boek dan oktober/november in de winkels liggen.

Wat een gaaf project!

Met dank alvast aan Roland Hameeteman, Gwen Melcherts, Raymon Geurts, Natasja Bovee, Nanne Batelaan, Menno Lanting, Els Polhuijs en Reint Bos